Welke rol spelen producten van Nederlandse bodem?

Wat is de rol van Nederlandse producenten in de Nederlandse markt, die toch gedomineerd wordt door de internationale markt? En ben je er als Nederlands bedrijf toe veroordeeld om internationaal gesproken dus een niche-speler te blijven? We spreken met Arjan Roelse, eigenaar van Omega Group, Raymond Pieterse, commercial manager Benelux bij Bredenoord, en Evert van den Broek, manager marketing & communicatie bij Tobroco-Giant.

“In onze markt heb je inderdaad grote internationale fabrikanten, met daar een paar nichespelers omheen. Wij zijn er daar een van: onze niche zijn schaarhoogwerkers op rupsonderstel, met platforms vanaf 16-18 meter”, vertelt Roelse. “Onze filosofie: schoenmaker blijf bij je leest. We zijn en blijven een nichespeler; als we daar van afwijken, dan komen we in het speelveld van andere partijen terecht. Die concurrentie kunnen we niet aan, wij zijn er niet op ingericht om duizend machines per week te maken. Aan de andere kant merken we wel dat we onze omzet steeds meer uit het buitenland halen.”

 

Pieterse houdt er niet zo van om zich met anderen te vergelijken: “Wij kijken naar onszelf, wat de markt vraagt en wat daarbinnen onze mogelijkheden zijn. Je maakt keuzes. De lokale partij die in de champions league wil spelen, nou die wens ik succes toe. Wij doen het niet. Natuurlijk kijken we naar de markt en de concurrentie, dat houdt je scherp, maar onze focus ligt op waar wij goed in zijn. Op ons terrein is de concurrentie vooral groot op technisch vlak, niet op bedrijfsformaat.”

“Op het gebied van compacte wielladers is er een groot aantal internationale spelers die zich óf specifiek richten op het compacte segment, óf groot materiaal combineren met compacte machines voor een compleet aanbod”, vertelt Van den Broek. “Wij zijn wel een Nederlands bedrijf, maar we gaan steeds meer het international pad op: we zijn de laatste jaren flink gegroeid, zowel in aantallen als in afzetmarkt. In Nederland, België en Denemarken zijn onze machines vanaf het begin goed ontvangen, dus daar hebben we ons in korte tijd opgewerkt tot marktleider op ons terrein. Nu is het de uitdaging om dit verder uit te breiden naar de rest van Europa en andere werelddelen. Wij produceren dus lokaal in Nederland, maar zetten deze wereldwijd af.”

 

Klompen en tulpen

Is Nederlands fabrikaat eigenlijk wel als zodanig te onderscheiden van dat van buitenlandse spelers – dus herkenbaar Nederlands? En zetten producenten de klompen en bloembollen in om hun producten kracht bij te zetten? 

Volgens Pieterse is er wel degelijk iets typisch aan Nederlands fabrikaat: “Nederlands, dat staat voor: is betrouwbaarheid, regionale gebondenheid. Ons werk wordt veel afgekeken in het buitenland omdat een Nederlands product wordt gezien als een degelijk, hoogstaand product.”

“Nederland heeft een goede reputatie als het gaat om productie: wanneer wij uitleggen dat de machines in Nederland ontwikkeld en gebouwd worden, dan ziet een klant dit absoluut als een pluspunt”, zegt Van den Broek. “Daarom dragen wij duidelijk uit dat wij een Nederlands merk en product zijn. De uitzondering is Amerika, omdat Amerikanen graag Amerikaanse producten kopen. Daarom overwegen we serieus om ook in Amerika te gaan produceren.”

Ook hij wijst op kwaliteit als onderscheidende factor: “We ontwikkelen alle machines zelf: wij selecteren alleen de beste componenten van bekende leveranciers en daarmee bouwen we de machines. Daarnaast bieden wij klanten de mogelijkheid om hun machine helemaal zelf samen te stellen – van een kaal instapmodel of voor een met alle denkbare opties.”

Ook Roelse wijst op de combinatie van kwaliteit en flexibiliteit: “Nederlandse fabrikanten willen een kwaliteitsproduct af te leveren, waar andere partijen de kosteneffectiviteit als prioriteit stellen. Wij kiezen voor betere componenten, want dat biedt een beter kwaliteitsproduct, en dat wekt vertrouwen. maar aan de andere kant is het ook een Nederlandse attitude om mee te denken met de behoefte van de klant. In ons productieproces matcht het eindproduct de behoefte van de klant. De focus ligt niet op de productie, maar op de service voor de klant.”

Opvallend is dat Bredenoord op de Bauma enkele in Hollandse klederdracht gestoken jongedames had rondlopen – maar dat was waren Duitse dames, geregeld door het Duitse marketingteam. 

Ook Roelse zegt dat ze er niks mee doen. “Nee, geen klompen of tulpenbollen.”

Klein land

Pieterse wijst erop dat samenwerking belangrijk is in een klein land: “We hebben al een samenwerkingsverband op het gebied van energievoorziening. Je noemt elkaar wel concurrenten, maar samen sta je sterker en kom je verder. Als klein land haal je daar een deel van je kracht uit.”

“Als het gaat om innovatie en handelsgeest, dan hebben we zeker meer expertise”, vindt Van den Broek. “In een klein land moet je innovatief zijn om de concurrentie voor te blijven. Handelsgeest helpt hier ook bij – niet alleen om machines aan de man te brengen, maar ook om de juiste leveranciers en personeel bij elkaar te brengen.”

Ook aan de productiekant zoekt de Nederlandse product zijn eigen weg.

Roelse: “Onze organisatie is niet heel breed opgezet, want we richten ons op een niche. Dat betekent dat je geen grote productiefaciliteiten hebt waar je heel nauwlettend in de productiekosten kunt snijden.”

“Onze productie is uniek”, zegt Van den Broek, “namelijk op twee verdiepingen, waar andere landen snel kiezen voor een grote, gelijkvloerse fabriek. Daarnaast blijven we kijken hoe de productie anders en beter kan.”

Pieterse wijst op het belang van klantenservice. “Onze organisatie is echt mensgericht: contact met de klant hebben we heel hoog staan. We investeren ook veel in technische en commerciële trainingen. Zo krijgt de klant altijd de juiste, technisch verantwoorde oplossing. ”

Kansen

Zien de Nederlandse producenten vooral kansen, of bedreigingen? Vooral kansen, zo blijkt.

 

Wilt u het volledige artikel uit rent.it o2  lezen? Dat kan HIER>>

Geplaatst in Uncategorized.